© LR DigiPhoto 2012

Edelhert (Cervus elaphus),                                     Hinterschmiding (Bayerische Wald) Duitsland, juli 2010

Het edelhert (Cervus elaphus), in jagersjargon roodwild, is een hertensoort die voorkomt in Europa, AziŽ en Noord-Amerika. Het edelhert is op de eland na het grootste hert. Het edelhert komt in Nederland voor op de Veluwe, de Oostvaardersplassen en sinds 2005 in het Weerterbos. Af en toe wordt er een edelhert op de Utrechtse Heuvelrug gesignaleerd, alsmede aan de grens met Duitsland van aldaar toegelopen dieren.

In het wild levende edelherten zijn in BelgiŽ relatief zeldzaam. In Vlaanderen komen ze voor in de regio Voeren, op het Kempens Plateau en in het Belgisch-Nederlandse grenspark Kempen-Broek. In WalloniŽ is hun verspreiding beperkt tot het zuidelijke en westelijke deel van de Ardennen.

 

In de zomer zijn de dieren roodbruin van kleur, in de winter grijsachtig bruin. De buikzijde is wit en het staartstuk is roomkleurig. De rui begint eerst bij de kop, de poten en het voorlijf. In september begint de zomervacht plaats te maken voor de wintervacht, en in december is deze volledig vervangen. De zomervacht komt weer terug in mei, en is in juli of augustus compleet.

De gemiddelde lichaamsgrootte van een edelhertenpopulatie wordt beÔnvloed door meerdere factoren. Edelherten uit bosgebieden zijn kleiner dan die uit meer open gebieden, en de lichaamsgrootte neemt toe van het westen naar het oosten. Ook zijn mannetjes groter dan vrouwtjes. De kop-romplengte ligt tussen de 165 en de 260 centimeter, de schouderhoogte tussen de 114 en de 140 centimeter. De staart is zonder het haar meegerekend tussen de twaalf en de vijftien centimeter lang, met haar ongeveer twintig centimeter. Mannetjes worden tot 255 kilogram zwaar, vrouwtjes tot 150 kilogram.

 

Enkel het mannetje draagt een gewei dat gemiddeld zo'n 70 centimeter lang en een kilogram zwaar is, maar kan uitgroeien tot meer dan 90 centimeter. Het gewicht kan variŽren van vier tot tien kilogram. Aan het gewei kan men enigszins de leeftijd aflezen. Een jong edelhert heeft gewoonlijk een kleiner gewei met weinig vertakkingen, maar een hert in zijn laatste levensfase zal ook weer een kleiner gewei met minder takken krijgen. Het gewei wordt elk jaar afgeworpen onder invloed van geslachtshormonen. Oudere herten doen dat gedurende de laatste wintermaanden, jonge dieren meestal in maart of april. Daarna groeit meteen het nieuwe gewei dat gemiddeld in juli voltooid is. In augustus begint de basthuid te jeuken en verwijderen de mannetjes die door het gewei langs takken en boomstammen te schuren. In de nazomer ziet de wandelaar dan ook vaak lappen huid aan de takken hangen.

Azay le Ferron (Frankrijk), september 2009

Azay le Ferron (Frankrijk), september 2009

Oostvaardersplassen, april 2010

Index. Index.