© LR DigiPhoto 2015

Putter, Carduelis carduelis                                                                           

Cochem (Duitsland), april 2010

De putter of distelvink (Carduelis carduelis) is een zangvogel van de familie der vinkachtigen.

Ze worden ongeveer 12 centimeter groot. De putter voedt zich met bessen, knoppen en zaden.

Vaak zie je putters op distels zitten. De zaden van deze plant vormen een groot deel van zijn voedsel. Daarom wordt de putter vaak ook distelvink genoemd.

In de winter vecht de putter bij voederhuisjes vaak met andere vogels.

Op het eerste gezicht zijn de man en pop qua uiterlijk identiek.

Toch zijn er enkele kenmerken waaraan het geslacht te bepalen valt.

Het masker van de pop stopt voor het oog, waar deze bij de man doorloopt tot halverwege of voorbij het oog.

Daarnaast zijn de snor en de schouders van de man diepzwart, in tegenstelling tot de pop waar de kleur meer naar het bruin-grijs neigt.

Vooral in het broedseizoen zijn het rode masker en de gele strepen in de vleugels van de man feller van kleur dan bij de pop. Desondanks kan het in sommige gevallen moeilijk blijven om het geslacht te bepalen.

Een ander kenmerk is de zang. Bij putters is het mogelijk dat de pop af en toe ook zingt, echter is de zang minder mooi dan die van de man. De man laat wel regelmatig zijn zang horen.

De putter komt in Europa, Noord-Afrika en Zuidwest-AziŽ voor.

De putter is overwegend een standvogel, alleen de meest noordelijke populatie trekt naar het Zuiden.

Index. Index.