© LR DigiPhoto 2015

Kramsvogel, Turdus pilaris                                                    

Cochem (Duitsland), juni 2014

De kramsvogel (Turdus pilaris) is een zangvogel uit de familie lijsters (Turdidae).

Ze meten van kop tot staart ongeveer 25 centimeter.

De vogels nestelen in bomen, in parken en loofbossen of op gebouwen.

Ze broeden in ScandinaviŽ, het uiterste puntje van Groenland, Midden en Oost-Europese landen zoals Duitsland, Polen en Rusland maar ook in Zuidoost-Frankrijk, Noord-ItaliŽ, SloveniŽ en KroatiŽ.

In 1967 broedde het eerste paar in BelgiŽ, en rond 1983 bevonden zich al ruim 10.000 broedparen in WalloniŽ en zo'n 500 in Limburg.

De kramsvogel is een schaarse broedvogel, maar trekt door en verblijft 's winters in Nederland en BelgiŽ in zeer grote aantallen.

Ze komen dan vooral in open terreinen voor, vaak samen met andere vogels zoals koperwieken, spreeuwen en kieviten.

Tot 1975 ontbrak de kramsvogel als broedvogel in Nederland. Tussen 1976 en ca. 1993 kwamen er steeds meer vogels broeden.

Even snel als deze aantallen broedvogels opkwamen, daalden ze weer.

De kramsvogel is in 2004 als gevoelig op de Nederlandse rode lijst gezet.

De soort staat als bedreigd op de Vlaamse rode lijst. Volgens SOVON waren er in 2002 nog 150-200 paar, maar is er sindsdien geen duidelijke trend vast te stellen.

Index. Index.