© LR DigiPhoto 2015

Kneu, (Linaria cannabina)                                                                                

Cochem (Duitsland), juni 2014

De kneu (Linaria cannabina; synoniem: Carduelis cannabina) is een zangvogel uit de familie van vinkachtigen (Fringillidae).

Het mannetje is te herkennen aan het rood van kop en borst, meestal is de kleur afgedekt door de grijze veerranden.

Het vrouwtje is over het geheel wat meer streperig getekend dan de man.

De zang is prettig aandoend gebrabbel met fluittonen.

Het is een zaadeter die zich voedt met zaden van ruigtekruiden en bomen.

Het is een rode lijst soort.

Hij komt voor in Europa, Noord-Afrika en West-AziŽ.

Het is een typische vogel van ouderwets agrarisch cultuurland met houtsingels, heggen en dorpen met veel groen.

Volgens SOVON gaat het aantal broedparen in de periode 1990-2007 geleidelijk achteruit en broeden er nog ongeveer 45.000 paar in Nederland.

Dit komt door de verschraling van het agrarisch cultuurlandschap, dat steeds grootschaliger wordt.

Daarom is de soort in 2004 als gevoelig op de Nederlandse rode lijst gezet.

De kneu kent van oudsher veel benamingen in de volksmond, te weten; kneu, vlasvink, robijntje, hennepvink en kneuter.

Index. Index.

♀  Huis ter Heide (Leikeven), mei 2008

♀  Huis ter Heide (Leikeven), mei 2008