© LR DigiPhoto 2017

Keep, Fringilla montifringilla                                                               

Dongen (in eigen tuin), januari 2013

De keep (Fringilla montifringilla) is een zangvogel uit de familie van vinkachtigen (Fringillidae).

De keep komt in de wintermaanden in Nederland en BelgiŽ voor en broedt in bergbossen van FennoscandinaviŽ en verder tot in Oost-SiberiŽ.

De keep lijkt qua gedrag en formaat sterk op de gewone vink (F. coelebs) maar onderscheidt zich door een witte stuit en minder wit op de staart.

De staart is sterker gevorkt dan bij de vink. Het mannetje heeft een oranje borst en schouder en een donkergrijze kop, die in het zomerkleed zwart kleurt.

De keep broedt in naald- en berkenwouden in het Noorden van Europa en AziŽ tot aan het schiereiland Kamtsjatka en overwintert in heel Europa en Midden-AziŽ tot in China.

De keep heeft een enorm groot verspreidingsgebied en daardoor alleen al is de kans op uitsterven uiterst gering.

De grootte van de populatie wordt geschat op 79,6 tot 264 miljoen exemplaren.

De keep gaat in aantal achteruit. Echter, het tempo ligt onder de 30% in tien jaar (minder dan 3,5% per jaar).

Om deze redenen staat de keep als niet bedreigd op de rode lijst van de IUCN.

De keep is een doortrekker en wintergast in soms zeer grote, maar jaar op jaar sterk verschillende aantallen.

Deze aantallen nemen sinds 1985 af. Daarnaast is het een schaarse broedvogel.

Ieder jaar worden er in de dennenbossen op de zandgronden en op de Waddeneilanden kepen gehoord die zich 's zomers als territorium houdend mannetje gedragen en mogelijk ook broeden (maar vaak ook niet).

Index. Index.

Natuurtuin Kandoel Dongen, november 2017