© LR DigiPhoto 2015

IJsvogel, (Alcedo atthis)                                                                           

Zeeland, november 2008

De ijsvogel (Alcedo atthis) is een klein bontgekleurd vogeltje uit de familie der ijsvogels (Alcedinidae).

Het is de enige van nature in Europa voorkomende ijsvogelsoort.

De ijsvogel is een kleine vogel met een korte staart en pootjes, een korte nek, korte, afgeronde vleugels, een grote kop met grote ogen en een lange, dolkvormige snavel, geschikt om vissen mee te vangen en vast te houden.

De poten zijn syndactiel: de voortenen zijn gedeeltelijk aan de basis met elkaar vergroeid.

De ijsvogel is onmiskenbaar door zijn tekening: een metaalglanzend blauwgroene rug, kruin en vleugels en kobaltblauwe staart en stuit, met witte halsvlek en keel en een warm oranjebruine buik en wang. Het blauw op de rug en vleugels is lichter dan die op de kop. De poten zijn oranjerood van kleur. De geslachten zijn enkel te onderscheiden aan de kleur van de basis van de ondersnavel, die bij het vrouwtje dofrood is en bij het mannetje net zo zwart als de rest van de snavel.

Jonge dieren onderscheiden zich van volwassen dieren door het valere verenkleed met donkergrijs gerande borstveren, gevlekte kruin, lichte snavelpunt en donkerbruine poten.

Hij heeft een lichaamslengte van 16 tot 20 cm, een spanwijdte van 24 tot 26 cm en een lichaamsgewicht van 34 tot 44 gram.

Het geluid van de ijsvogel is een hoge, fluitende 'tjieieiet' of 'tieietuu', die hij vaak tijdens de vlucht laat horen. Bij opwinding slaakt hij een kort, herhaald 'titi-titi'.

Index. Index.