© LR DigiPhoto 2015

Grauwe gans, (Anser anser)                                                                                     

Biesbosch, januari 2011

De grauwe gans (Anser anser) is in Nederland meest voorkomende vertegenwoordiger, en het prototype, van de groep van de grijze of grauwe ganzen.

Alle ganzen behoren samen met de eenden en zwanen tot de familie Anatidae.

Tijdens de vogeltrek vliegen grauwe ganzen in een V-vorm, waarbij ze het bekende schor klinkende gak-gak roepen.

Van deze soort stamt de tamme Anser anser domesticus af.

De grauwe gans is een grote grijze watervogel met roze poten. Hij heeft zwarte vlekjes op de buik. De kop is lichtgrijs, de voorvleugel is grijswit.

De snavel kan roze (oostelijke ondersoort, Anser anser rubirostris) of oranje (westelijke ondersoort, Anser anser anser) zijn. Het is een herbivoor.

Het is een zogenaamde deeltrekker. Sommige vogels trekken weg, sommige blijven in het broedgebied en in Nederland komen 's winters grauwe ganzen uit Noord-Europa. De lichaamslengte bedraagt 75 tot 90 cm en het gewicht 3 tot 4 kg.

Rond 1910 is de grauwe gans als broedvogel in de Benelux uitgestorven. Alleen in de winter waren er grauwe ganzen die afkomstig waren uit Noordwest Europa. In de periode 1910 tot 1950 waren er alleen incidenteel broedgevallen in Friesland. Rond 1950 kwam hij terug met de ontwikkeling van de IJsselmeerpolders, waar de vogel broedde in uitgestrekte rietmoerassen. In 1971 waren daar tien broedparen. Nadien begon de grauwe gans ook te broeden in het Nederlandse rivierengebied en in Vlaanderen (het Zwin) en geleidelijk op steeds meer geschikte plaatsen. Rond 1975 waren er in Nederland al 100 tot 150 broedparen, in 1982 250 paar, in 1990 1250 paar. Daarna bleef de populatie groeien, sinds 2000 zelfs met 19% per jaar. Lange tijd was het de broedvogel die het snelst in aantal toenam. In 2005 schatte SOVON de broedpopulatie op 25.000 paar.

De aantallen overwinterende grauwe ganzen zijn ook spectaculair gestegen. Het gemiddelde aantal overwinteraars in 2000 was 50.000 exemplaren, in het seizoen 2009/10 naderde dit gemiddelde de 200.000. In november 2010 lag het maximum aantal aanwezige wintergasten rond de 487.000.

Index. Index.