© LR DigiPhoto 2017

Gierzwaluw, (Apus apus)                                                                             

Dongen, juli 2015

De gierzwaluw (Apus apus) is een vogel uit de familie der gierzwaluwen (Apodidae), en het enige lid van die familie dat in Nederland en BelgiŽ voorkomt.

De gierzwaluwen zijn zeer sterk op het leven in de lucht aangepast. Buiten de broedperiode houden ze zich verscheidene maanden lang hoogstwaarschijnlijk zonder onderbreking in de lucht op. Bij hun vluchtmanoeuvres kunnen ze in duikvlucht snelheden van meer dan 200 kilometer per uur bereiken.

De gierzwaluw behoort ondanks de naam niet tot de zwaluwen (familie Hirundinidae), waartoe de boerenzwaluw, de huiszwaluw en de oeverzwaluw behoren. De gierzwaluw behoort niet alleen tot een andere familie (Apodidae) maar ook tot een andere orde van vogels, genaamd gierzwaluwachtigen (Apodiformes). De vogel is in feite sterker verwant aan de kolibries dan aan de zwaluwen die tot de orde van de zangvogels behoren. De gierzwaluw is daarmee ook niet verwant aan de nachtzwaluw (Caprimulgus europaeus) die behoort tot de Caprimulgidae.

De totale lengte is circa 17 centimeter. De spanwijdte ongeveer 40 centimeter. Een volwassen gierzwaluw weegt gemiddeld 46 gram. Het verenkleed is roetzwart van kleur, de kin en keel zijn witachtig, maar dat is vaak niet waar te nemen. De lange, sikkelvormige vleugels hebben een blauwachtige glans. Juvenielen zijn bruiner en hebben minder glans. De gemiddelde levensduur bedraagt ongeveer 6 jaar, wat erg lang is voor een vogel van een dergelijke grootte.

Er is geen seksuele dimorfie: het mannetje en het vrouwtje zijn uiterlijk niet te onderscheiden. Sommige onderzoekers kunnen mannetjes van vrouwtjes onderscheiden op basis van de roep.

De gierzwaluw heeft in verhouding zeer lange sikkelvormige vleugels. De staart is relatief kort en gevorkt. De snavel is relatief klein en kan ver geopend worden, wat dient om beter insecten te kunnen vangen in vlucht.

De gierzwaluw is in Nederland en BelgiŽ een algemeen voorkomende broedvogel, met een duidelijke voorkeur voor oude stadswijken. Gierzwaluwen zijn maar drie maanden van het jaar in Nederland en BelgiŽ. Vandaar de naam “honderd-dagen-vogel”. Ze arriveren eind april, en massaal in begin mei en vertrekken weer begin augustus. April waarnemingen in Nederland worden vooral gedaan in Zuid- en West-Nederland.

Index. Index.