LR DigiPhoto 2017

Geelgors, (Emberiza citrinella)                                                                             

Strabrechtse Heide, april 2014

De geelgors (Emberiza citrinella) is een zangvogel, uit de familie der gorzen (Emberizidae).

Het is de meest voorkomende gors in Europa. Buiten het broedseizoen verzamelen zich grote groepen geelgorzen, maar tijdens het broedseizoen is de geelgors strikt territoriaal.

Het is een stand- en zwerfvogel die iets groter is dan de mus. Het bereikt een lichaamslengte van 16 tot 17 centimeter en weegt 25 tot 30 gram. De mannetjes dragen tijdens het broedseizoen een geel verenkleed. Ze hebben dan een helder gele kop met een paar bruinachtige strepen en een gele onderzijde met een rood-bruine borst. De vleugeldekveren zijn bruin-grijs gekleurd. De bovenzijde van het lichaam is bruin met donkere lengte strepen. De staart is donker en wanneer hij vliegt vallen de witte buitenranden op.

De vrouwtjes zijn onopvallend groenbruin van kleur, maar met gele accenten aan de onderkant. In het winterkleed lijken de vrouwtjes en mannetjes op elkaar.

De zang van de geelgors is zeer kenmerkend voor mooie zomerse dagen en klinkt ongeveer als ti ti ti ti th (de th blijft soms achterwege). De zang vertoont volgens sommigen een sterke gelijkenis met de eerste tonen van de vijfde symfonie van Beethoven.

Het lied wordt gezongen vanaf hoge zangposten, zoals een struik- of boomtop.

Index.