© LR DigiPhoto 2018

Gaai, Garrulus glandarius                                                            

Goor ( Hof van Twente), juli 2011

De gaai (Garrulus glandarius), ook wel Vlaamse gaai genoemd, is een opvallend gekleurde kraaiachtige.

Deze vogel komt voor in het cultuurland en de bossen.

Hij is over heel Europa verspreid met uitzondering van het hoge noorden. In nieuwbouwwijken zie je in eerste instantie vaak de ekster, naarmate de bomen en struiken in het openbaar groen en in tuinen groter worden, wordt deze langzaam aan verdrongen door de gaai.

Voedsel vindt de gaai in bomen en struiken, in de lucht en op de grond; het betreft een breed spectrum van dierlijk en plantaardig dieet: insecten en ongewervelden (waaronder veel plaagdieren), eikels, beukennootjes, hazelnoten en andere zaden en noten, vruchten als bramen, frambozen en lijsterbessen.

Ook kleine of jonge zangvogels en eieren behoren tot het dieet, evenals kleine knaagdieren.

Met de sterke snavel hakt de gaai gaten in harde omhulsels als slakkenhuizen, notendoppen en eierschalen en worden bodem, dierenpoep en menselijk afval doorwoeld.

De eik is afhankelijk van de gaai voor het verspreiden van eikels: de gaai vervoert ze in zijn keel en tussen zijn snavel naar plaatsen met een zachte ondergrond, waarna hij ze in de aarde duwt.

Zo legt hij een wintervoorraad aan. Hij vergeet alleen een aantal plekjes. Wat niet teruggevonden wordt, kan uitgroeien tot een nieuwe eik. Om deze reden wordt de gaai ook wel 'de grootste bosbouwer' genoemd.

De Duitse naam voor de gaai (Eichelhäher) typeert het gedrag.

Index. Index.

Gaai in vlucht (Oostvaarders Plassen), april 2010

Gaai vanuit vogelhut Kandoel Dongen, juli 2018