© LR DigiPhoto 2015

Boerenzwaluw, Hirundo rustica                                                   

Dongen (natuurtuin Kandoel), mei 2011

De boerenzwaluw (Hirundo rustica) is een kleine trekvogel.

Boerenzwaluwen trekken gedurende de lente noordwaarts naar hun broedgebieden in de noordelijke helft van EuraziŽ en in Noord-Amerika tot nabij de poolcirkel.

In tal van dialecten bestaan voor de boerenzwaluw bijnamen zoals (onder andere) zwalum, zwolm, zwalie, (Vlaanderen) zwaalve (Drents) en swel (Fries).

Zijn sierlijke snelle vlucht is in de noordelijke broedgebieden gedurende de hele zomer te zien.

Zijn lange vleugels en zijn slanke lijf maken hem zeer geschikt om in de lucht achter insecten aan te jagen, dan is zijn glanzende metaalblauwe verendek goed zichtbaar en vallen ook zijn uitstekende buitenste staartpennen meestal wel in het oog.

Lengte 17 tot 21 cm, staart meegerekend.

Lange diep gevorkte staart met zeer lange buitenste staartpennen.

Donker metaalblauw glanzende bovendelen. Voorhoofd en keel zijn roodbruin.

Verder crŤmekleurig witte onderdelen, een blauwzwarte kropband en een zwarte snavel.

De staartpennen van het vrouwtje zijn doorgaans iets korter dan die van het mannetje.

Onvolwassen vogels zijn wat doffer en bruiner en ook hun staart is wat korter.

De boerenzwaluw leeft meestal in groepjes, vaak ook met andere zwaluwen zoals huiszwaluw en oeverzwaluw.

In de herfst verzamelen ze zich tot grote groepen alvorens naar het zuiden te gaan.

Muggen, motten, vliegen en kevertjes die ze al vliegend met hun brede snavel uit de lucht vangen.

Water drinken doen ze ook tijdens de vlucht door laag over het water te scheren en dan het water met hun bek op te scheppen.

De boerenzwaluw bouwt nesten in boerenstallen, onder bruggen en afdaken.

Gewoonlijk worden 4 of 5 eieren gelegd, maar heel soms worden er wel eens 8 eieren in een nest aangetroffen.

De broedtijd is 14 tot 16 dagen, meestal broedt alleen het vrouwtje, het mannetje blijft wel in de buurt.

Als de eieren uitgekomen zijn dan worden de jongen door beide ouders verzorgd.

Na ongeveer 21 dagen verlaten de jongen het nest. Er zijn twee en soms drie legsels per jaar.

Meestal komen de zwaluwen na de overwinteringsperiode in Afrika weer terug op hun oude nest.

Het nest wordt door de boerenzwaluw zelf gebouwd. Het is een halve cirkelvormige kom die van boven open is.

Het nest wordt, meestal tegen of op houten planken of balken, gemetseld met vochtige aarde en speeksel en verstevigd met halmen en haar.

De binnenkant wordt gevoerd met veren en haartjes.

Het nest wordt altijd zo geplaatst dat er een dak, brug of dakgoot boven zit zodat het nest vanuit de lucht niet kan worden gezien. In de tijd van de nestbouw is de zwaluw regelmatig op de grond te zien om aarde en ander nestmateriaal te verzamelen.

Index. Index.