© LR DigiPhoto 2017

Australische hoendergans, (Cereopsis novaehollandiae)                                          

Zundert (Vogelopvang), oktober 2011

De hoendergans (Cereopsis novaehollandiae) is de enige soort van de tot de eendachtigen (Anatidae) behorende geslachtengroep van de hoenderganzen (Cereopsini).


De plomp gebouwde dieren hebben een lichtgrijs met zwarte vlekken bezaaid verendek met zwarte vleugeluiteinden, zwart met roze poten, rode ogen en een korte, zwarte, naar beneden gebogen snavel met een opvallend groengeel gekleurde washuid overtrokken. Aan dit laatste heeft het dier ook zijn geslachtsnaam te danken, want Cere stamt van het Latijn voor “was” en opsis komt van het Oudgrieks voor “-achtig”. De soortnaam novaehollandiae is een Modern-Latijnse samenstelling uit “nieuw” en “Holland”, een historische naam voor AustraliŽ. Hoenderganzen zijn ongeveer 75-100 cm lang en daarmee ongeveer zo groot als een tamme gans. De vleugelwijdte bedraagt 150-190 cm. De ganzen (♀) en genten (♂) verschillen behalve in grootte uiterlijk nauwelijks van elkaar. Genten zijn een fractie groter en zwaarder.

Genten wegen ca. 5 kg en de ganzen 3 kg.

Hoenderganzen zijn territoriaal ingesteld en komen uitsluitend in AustraliŽ voor en in het bijzonder op tussen het vasteland en TasmaniŽ gelegen onbewoonde eilanden. 's Zomers komen ze incidenteel naar het vasteland op zoek naar voedsel.


Index. Index.