LR DigiPhoto 2015

Doodshoofdvlinder, (Acherontia atropos)  

Dongen, september 2004 (enkele rupsen grootgebracht)

De doodshoofdvlinder (Acherontia atropos) is een nachtvlinder uit de familie Sphingidae, de pijlstaarten. De doodshoofdvlinder dankt zijn naam en is te herkennen aan de typische lichte vlek op het borststuk met daarin twee donkere vlekken, die met enige fantasie op het vooraanzicht van een menselijke schedel lijkt. De tot 10 centimeter lange rups is meestal groen of geel, met geelblauwe zijstrepen en een slap hangende stekel. In de bruine vorm is de rups helemaal bruin, alleen bij zijn kop zitten twee paar witte vlekken. Hij leeft van planten uit de nachtschadefamilie, zoals zwarte nachtschade, wolfskers, bilzekruid, boksdoorn en ook de aardappel behoort hiertoe.Maar ook van liguster kan hij leven. De rupsen verpoppen zich in de zomer in een holletje onder de grond. De grote, glimmende rode coconnen werden vroeger, toen het aardappels rooien nog met de hand gebeurde, wel eens gevonden.  


De doodshoofdvlinder is een grote, fors gebouwde vlinder, de voorvleugels van deze soort hebben een spanwijdte van 11 tot 13 centimeter. De vleugels zijn grijsbruin tot donkerbruin of zwart met grillige lichtbruine tot witte tekeningen. De ondervleugels zijn oranje met twee donkere dwarsbanden; n aan de vleugelrand en de andere parallel hieraan. Het achterlijf is zwart met een oranje-gele bandering aan de flanken en een grijsblauwe kleur op het midden of zwart maar oranje-geel aan de achterzijde.

Er is echter veel variatie en sterk afwijkende exemplaren komen ook voor.                           

Rups, 7 weken oud.

Rups, 2 weken oud

Rups, 3 weken oud.

Rups, 5 weken oud.

8 weken oud

Index. Index.