© LR DigiPhoto 2009

Rugstreeppad, (Epidalea calamita)                                                 Huis ter Heide (Leikeven), juni 2009

De rugstreeppad (Epidalea calamita) is een kikker uit de familie padden (Bufonidae). Lange tijd werd de geslachtsnaam Bufo gebruikt voor deze soort, waardoor deze naam in de literatuur nog veel wordt gebruikt. De bioloog Frost deelde de rugstreeppad aan de hand van genetische kenmerken in bij het monotypische geslacht Epidalea

De vrouwtjes worden ongeveer 5 tot 8 centimeter lang, de mannetjes blijven wat kleiner en bereiken een lengte van ongeveer 4 tot 7 cm; alleen exemplaren rond de Middellandse Zee kunnen 9 cm bereiken . De meeste in het veld gevonden exemplaren bereiken een lengte van 5 tot 6 centimeter. De kleur is meestal bruin tot groen met donkere vlekken op de rug.

Er zijn verschillende kleurvariaties, van egaal bruin, zandkleurig of roodbruin tot lichtgrijs met rafelige, bruinzwarte tot groene vlekken; de wratten op de rug neigen vaak naar rood. De kop is zeer stomp en heeft kleine ogen met een gele tot groene iris, wat een onderscheid is met andere soorten, de pupil is horizontaal.

De rugstreeppad is te herkennen aan de gele streep die vanaf de achterzijde van het lichaam over de rug doorloopt tot bij de ogen of zelfs tussen de neusgaten. Andere kenmerken zijn de de min of meer driehoekige gifklieren achter de ogen (paratoÔden). De achterpoten zijn korter dan die van andere soorten en daardoor kan de pad nauwelijks springen maar kan wel snel lopen.

Mannetjes zijn van vrouwtjes te onderscheiden door de dikkere voorpoten en de drie paarkussentjes op de eerste drie vingers van de voorpoten, die in de paartijd donkerder kleuren. De keel van het mannetje is doorgaans blauw gekleurd en heeft in tegenstelling tot het vrouwtje een kwaakblaas, die echter klein is en niet goed zichtbaar.

Open gebieden met slechts hier en daar schuilplaatsen zijn een geschikte habitat, liefst met zandgrond om goed te kunnen graven, maar er zijn ook populaties bekend die leven op een rotsachtige ondergrond, ze schuilen dan in de rotsspleten. Rugstreeppadden zijn aangetroffen in uiteenlopende omgevingen, zoals militaire oefenterreinen, zandafgravingen of landbouwgebieden. Ze komen zelfs in de duinen en langs het strand voor.

Index.
Index.