© LR DigiPhoto 2009

Kleine watersalamander, (Lissotriton vulgaris)                              Huis ter Heide (Leikeven), juni 2009

De kleine watersalamander (Lissotriton vulgaris) is een salamander uit de familie echte salamanders. Het is na de bruine kikker (Rana temporaria) en de gewone pad (Bufo bufo) de meest algemene amfibie in de Benelux.

De kleine watersalamander komt in heel Europa voor, en ontbreekt alleen op het Iberisch Schiereiland. Het is niet alleen een van de wijdstverbreide soorten maar ook een van de meest algemeen voorkomende amfibieŽn in Europa.

De salamander komt ook voor in meer gematigde landen als Nederland en BelgiŽ.

De kleine watersalamander is ondanks de naam niet de kleinste soort die in Nederland en BelgiŽ voorkomt, dit is de vinpootsalamander (Lissotriton helveticus). Ook de naam watersalamander is wat misleidend, omdat het dier in de meeste streken alleen tijdens het broedseizoen in het water te vinden is, de rest van het jaar op het land (landfase).

In de Benelux loopt deze zogenaamde waterfase van half maart tot eind juni.

De kleine watersalamander wordt maximaal 11 centimeter lang, maar exemplaren in het zuiden van het leefgebied, rond de Middellandse Zee, bereiken maximaal 6 tot 9 centimeter. De mannetjes zijn ook buiten de paartijd meestal makkelijk van vrouwtjes te onderscheiden door een meer afstekende kleur, donkere ronde vlekken op de rug en flanken en een witte buikzijde met naast de vlekken een lichte oranje streep op het midden. Vrouwtjes hebben ook vlekken, maar deze zijn veel kleiner en zitten alleen op de buik, op de rug is de kleur bruin, het midden van de rug is bij vrouwtjes vaak lichter gekleurd, zodat een rugstreep ontstaat. De huid is in de landfase droog, grauw en bruin tot grijs van kleur, de buik en keel hebben vele kleine, vrij ronde zwarte vlekken, die van mannetjes zijn ook hier duidelijk groter. Sommige ondersoorten hebben, net als veel Europese kikkers, twee huidplooien aan weerszijden van de rug, die dorsolaterale lijsten worden genoemd.

Index.