
.jpg)
Welkom op de website van LR DigiPhoto
© LR DigiPhoto 2010
Index amfibieën, reptielen en overige insecten


De amfibieën (Amphibia) vormen een klasse van koudbloedige dieren. De naam amfibie
is afgeleid van het Griekse Amphibios, wat
"dubbellevend" betekent. Dit verwijst
naar de levenswijze van amfibieën: ze kunnen zowel in het water als op het land overleven.
Tot
de amfibieën behoren de kikkers en padden (Anura), salamanders (Caudata) en wormsalamanders
(Gymnophiona). In totaal zijn er meer
dan 6000 beschreven soorten, waarvan ruim 5250
tot de kikkers en padden behoren, ruim 550 tot de salamanders en ongeveer 170 tot
de
wormsalamanders. Kikvorsachtigen (kikkers en padden) hebben een peervormig lichaam,
een stompe kop, zeer brede bek en altijd vier
poten. Salamanders zijn meer vis- tot
slangachtig, er zijn enkele salamandersoorten die slechts twee poten hebben en de
wormsalamanders
lijken op grote wormen en hebben helemaal geen functionele poten
meer. De kikkers hebben sterk gespierde en lange achterpoten, die bij veel
soorten
dienen om grote afstanden te springen. Alle kikker- en paddensoorten, ook die amper
kunnen springen, zijn daarnaast uitstekende
zwemmers dankzij de krachtige achterpoten,
de meer waterbewonende soorten hebben zwemvliezen tussen de tenen om beter te zwemmen.
Salamanders drukken juist de pootjes tegen het lichaam, maken kronkelende bewegingen
met het lijf en gebruiken voornamelijk de staart bij
het zwemmen.
De reptielen (Reptilia) vormen een klasse van koudbloedige, gewervelde dieren. Reptielen komen over de gehele wereld voor behalve in heel koude gebieden zoals de polen en de toppen van bergen. Er zijn tegenwoordig ruim 9100 soorten maar de groep van reptielen is al zeer oud en een groot deel van de bekende reptielen is alleen bekend als fossiel. Reptielen worden vaak in één adem genoemd met de amfibieën, hoewel het hier twee zeer verschillende diergroepen betreft. Amfibieën hebben een permeabele huid en geen schubben, in tegenstelling tot de reptielen. Het belangrijkste verschil met de amfibieën is echter het ontbreken van een larvaal stadium bij alle reptielen. Vrijwel alle reptielen leven op het land, de huid is bedekt met schubben die dienen ter bescherming maar ook gekleurd zijn voor camouflage of schrikkleuren. Krokodillen en schildpadden bezitten hoornplaten, die in de lederhuid worden gevormd. Zowel krokodillen als hagedissen hebben soms osteodermen; kleine botjes die in de huid worden gevormd en zorgen voor een stevige bepantsering. In principe hebben reptielen vier poten die zijwaarts van het lichaam staan. Slangen hebben echter geen poten en kruipen met behulp van buikschubben en ribben. Ook sommige groepen van de hagedissen missen soms ledematen zoals de hazelwormen.
De meeste reptielen zijn carnivoor, slechts een aantal soorten leeft van planten en vaak alleen als volwassen exemplaar. Ze zijn meestal in staat de prooi in één keer te verslinden maar sommige schildpadden en hagedissen en vrijwel alle krokodilachtigen scheuren de prooi in stukken.
Insecten (Insecta) zijn een klasse van de geleedpotigen (Arthropoda). Met 925.000
beschreven soorten is het met afstand de grootste
groep van dieren. Alle andere soorten
dieren bij elkaar zijn nog niet zo soortenrijk als de insecten; ongeveer 70% van
de ruim 1 miljoen
beschreven diersoorten behoort tot de insecten. Geschat wordt dat
er vele honderdduizenden tot enkele miljoenen soorten nog niet zijn
ontdekt.
Insecten
leven op het land en in zoet water, slechts enkele soorten leven in zee, maar hier
nemen de kreeftachtigen de plaats van de
insecten vrijwel volledig in. Sommige insecten
spelen een directe rol in het leven van de mens, zoals bij het overbrengen van ziekten
als
vector, het verzamelen van honing, of door het opeten van de oogst, maar ook
door de bestuiving van voedingsgewassen. De wetenschap
die zich met de bestudering
van insecten bezighoudt is de entomologie.
Insecten zijn eenvoudig van andere geleedpotigen
te onderscheiden door de vrij specifieke lichaamskenmerken. Het is niet precies bekend
hoe insecten zijn ontstaan. Er zijn zowel nuttige insecten die op grote schaal worden
gekweekt als schadelijke soorten die als plaag worden
beschouwd, een aantal soorten
insecten wordt zelfs gegeten of gebruikt voor de voedselbereiding. Insecten kunnen
met elkaar
communiceren met geurstoffen of door een bepaald gedrag te vertonen. De
voortplanting en ontwikkeling kent door het enorme
soortenaantal een zeer breed scala
aan uiteenlopende variaties, net als de verschillende methoden van camouflage of
verdediging.