© LR DigiPhoto 2009

Gewone pad, (Bufo bufo)                                                                      Huis ter Heide (Leikeven), juni 2009

De gewone pad (Bufo bufo) is een kikker uit de familie padden (Bufonidae). De pad heeft van alle amfibieŽn in Europa het grootste verspreidingsgebied en is naast de bruine kikker en de boomkikker een van de bekendste soorten kikvorsachtigen van Europa. De kikker komt op Ierland na in alle landen voor, ook in Nederland en BelgiŽ.

De gewone pad heeft een opvallend gedrongen lichaam, de kop is groot en breed en heeft twee duidelijk zichtbare ogen met een oranjerode tot goudbronzen kleur. De pupil is spleetvormig en loopt horizontaal. Het achter het oog gelegen trommelvlies of tympanum is moeilijk te zien omdat deze geen afwijkende kleur heeft en relatief klein is. Achter het oog, boven het trommelvlies zijn de oorklieren of paratoÔden aanwezig, die bij de gewone pad opvallend groot en lang zijn en meestal een afwijkende kleur hebben zodat ze goed opvallen. Deze klieren produceren gifstoffen.

De poten zijn relatief klein en dragen korte tenen, de achterpoten dragen matig ontwikkelde zwemvliezen die aan de voorpoten geheel ontbreken. Mannetjes hebben dikkere voorpoten dan de vrouwtjes en ook de achterpoten van de man zijn relatief langer. Mannetjes hebben op drie vingers van iedere voorpoot een zogenaamd paarkussentje zitten, dat in de voortplantingstijd donker kleurt en dan duidelijk te zien is.

 

De belangrijkste kenmerken zijn de uniforme kleur, wrattige huid, oranjebruine iris en horizontale pupil.

De kleur is bruin tot rood-achtig of grijs, sommige exemplaren zijn donkerder en neigen naar zwart, andere kunnen een meer gele kleur hebben. De meeste exemplaren zijn uniform gekleurd, soms komen streperige vlekpatronen voor, die bruin, rood of zwart of lichter tot wit kunnen zijn. De kleur van de buik is wit tot grijs of lichtbruin en heeft vaak een donkere marmertekening. De structuur van de huid is zeer ruw en droog, in de paartijd wordt de huid gladder. Het gehele lichaam is bedekt met wrat-achtige structuren, dit zijn de slijmklieren. Deze 'wratten' zijn vooral op de flanken erg talrijk, die op de rug zijn het grootst en het duidelijkst te zien. Bij sommige exemplaren zijn de wratten rood van kleur zodat ze duidelijk afsteken. Populaties in het zuiden van Europa hebben bulten met een verhoornde bovenzijde.

Door het grote verspreidingsgebied is er veel variatie in kleur en tekening. Er zijn in totaal 4 ondersoorten die allemaal een iets ander verspreidingsgebied hebben en een afwijkende kleur, soms komt ook een tekening hebben. Een voorbeeld is Bufo bufo spinosus uit Zuid-Europa, die een meer roodachtige kleur heeft. Tussen de verschillende ondersoorten vindt ook hybridisatie plaats, deze mengvormen zijn moeilijk van de oudersoorten te onderscheiden.

De gemiddelde lengte is 6 tot 13 centimeter, het vrouwtje wordt aanzienlijk groter dan het mannetje, die ongeveer een derde kleiner blijft. De lengte hangt enigszins af van het verspreidingsgebied, in het noordelijke deel worden de mannetjes tot maximaal 9 centimeter lang, vrouwtjes worden iets groter en kunnen 11 cm bereiken. In het zuiden van Europa komt de ondersoort Bufo bufo spinozus voor, waarvan de mannetjes tot 10 cm lang worden en de vrouwtjes een lengte van 15 cm kunnen bereiken. Hiermee is de gewone pad de grootste kikvorsachtige in Europa. De vrouwtjes worden groter dan de mannetjes maar zijn ook wat plomper, gedurende de paartijd zien de mannetjes er echter iets dikker uit wat veroorzaakt wordt door onderhuidse ophopingen van lymfevocht.

Index.
Index.