© LR DigiPhoto 2014

De Moerputten, 's-Hertogenbosch


De Moerputten is een natuurgebied in de Nederlandse provincie Noord-Brabant, gelegen nabij 's-Hertogenbosch.
Het heeft een grootte van 118 hectare. Het gebied is een van de weinig overgebleven laagveenmoerassen ten zuiden van de grote rivieren. De Moerputten bestaat uit veel verschillende terreintypen. Zo zijn er hooilanden, rietvelden, moerassen, open water en wilgenstruwelen te vinden.

Het natuurgebied is omsloten door de polders; Gement, Honderd Morgen en Rijskampen (Vught), de Bossche wijken Kruiskamp en Deuteren, en Vlijmen. De naam geeft aan dat het een nat gebied is.

Door de lage ligging heeft vroeger een sterke veenvorming plaatsgevonden. Blijkbaar was het veen dik genoeg om te worden ontgonnen. Zo ontstonden twee plassen; de Lange Putten, waarover nu de grote Moerputtenbrug ligt, en een kleinere, de Moerput. Sporen van veen-ontginning zijn nog te zien in het landschap. Er zijn talrijke zogenaamde legakkers. Het gebied is tevens een prehistorische rivierbedding.

Index. Index.

Moerputtenbrug.

De brug is behoed voor de slopershamer door acties van de Federatie van Langstraatspoorwegen.

De staat van de welijzeren brugdelen was dermate slecht, dat de loodmenie in de afbladderende verf verontreiniging veroorzaakte in de plas. Met behulp van Europese subsidies en andere fondsen werd het mogelijk om een proefrestauratie aan de pijlers uit te voeren en de brug te ontdoen van het vieze verfjasje. Daarbij stuitte men op de oorspronkelijke verflaag en werd de brug geschikt gemaakt voor wandelaars.


De in oorspronkelijke okergele kleur geverfde Moerputtenbrug bestaat uit 35 bakstenen pijlers, 36 ijzeren brugdelen, is 600 meter lang en ligt over een groot laagveenmoeras, begroeid met waterlelie, gele plomp en watergentiaan.

Regelmatig klinkt de roep van een waterhoen en een buizerd scheert over de plas. Blauwborsten en rietzangers voelen zich thuis in de begroeiing en dieren zoals de ree, vos en wezel vinden voldoende voedsel en dekking.


Halve zolenlijntje.

De schoenindustrie in de Langstraat was rond 1830 zeer welvarend. Men had behoefte aan sneller vervoer dan die met paard en wagen, de trein. In tijden van hoogwater op de Maas werd de Beerse Overlaat in werking gesteld en kwam het gebied onder water te staan. Het waterpijl kon 3 tot 9 meter stijgen. Omdat het water ongestoord door moest kunnen stromen is de brug gebouwd.  

De bouw, die startte in het najaar van 1881, was zwaar door overstromingen en stakingen door muggenplagen.

Pas eind 1890 reden er dagelijks treinen tussen ‘s-Hertogenbosch en Lage Zwaluwe (Geertruidenberg).

De pijlers waren berekend op een dubbel spoor, wegens geldgebrek en instorten van de schoenindustrie, is het bij een half spoor gebleven, vandaar de naam het halve zolenlijntje.