wp9363197a.png
wp9363197a.png
wp1866caa4.png

© LR DigiPhoto 2008

Waterranonkel, (Ranunculus aquatilis)                               Huis ter Heide (Leikeven), mei 2006

 

De fijne waterranonkel, gewone waterranonkel of haarbladwaterranonkel (Ranunculus aquatilis) is een overblijvende waterplant in de familie Ranunculaceae. Deze waterranonkel is over een groot deel van Europa verspreid; ook in Centraal- en Oost-Azië, tropisch en Zuid-Afrika en Noord-Amerika kan men haar aantreffen.. De bloeiperiode loopt van april tot augustus. De kelkbladen kunnen afvallen. De bladeren vallen uiteen in drie soorten: die boven water zijn stevig en rond tot niervormig, die onder water langwerpig en dun, twee of driespletig en in dunne slippen gaffelvormig vertakt. Daarnaast kunnen er overgangsbladeren aanwezig zijn, die deels in draadvormige slippen gedeeld en deels bladachtig en in vrij spitse tanden uitlopend zijn. De onderwaterbladeren kunnen ook ontbreken. De drijvende bladeren zijn vaak in drie tot
zeven delen ingesneden. Aan de punt kunnen deze getand zijn. Deze bladeren heeft de plant ook wanneer ze op slijk groeit, de onderwaterbladeren ontbreken dan. De onderwater stengel kan tot 2 meter lang zijn. De 7 tot 20 mm grote bloemen hebben 5 witte kroonbladen met elkaar bedekkende randen rondom een geel hart. De kroonbladen hebben aan de voet een gele nagel. Er zijn 5 - 20 meeldraden. De honinggroef is meestal rond. De vruchtsteel is zelden langer dan 5 cm. De vrucht is een ovale dopvrucht. De plant komt voor in helder, zoet of zwak brak, meestal vrij voedselrijk, stilstaand of langzaamstromend water van maximaal een meter diep. Bestuiving vindt plaats door diverse insecten. Ook kan zelfbevruchting plaats vinden bij ondergedoken bloemen. Kikkers leggen graag hun dril op of bij de bladeren van de waterranonkel. De plant heeft een voorkeur voor licht verzuurd water.

wpaf66fe8d_0f.jpg
wpb0f99015.png