© LR DigiPhoto 2014

Boerenwormkruid, (Tanacetum vulgare)                             Huis ter Heide (Leikeven), juni 2008

Boerenwormkruid (Tanacetum vulgare, synoniem: Chrysanthemum vulgare) lijkt op jakobskruiskruid (Jacobaea vulgaris subsp. vulgaris), maar heeft in tegenstelling tot deze plant geen gele stralenkrans van straalbloempjes. In het grootste deel van Europa en het noordelijke deel van AziŽ komt boerenwormkruid van nature voor.

De botanische naam Tanacetum is vermoedelijk afgeleid van het Oudgriekse woord 'athanasia' dat 'onsterfelijk' betekent. Het heeft deze naam waarschijnlijk te danken aan het feit dat de bloemen niet makkelijk verwelken en lang hun gele kleur behouden, maar het kan ook duiden op een soort levensdrank die ervan gemaakt werd. Ook werd boerenwormkruid gebruikt voor het conserveren van lichamen. 'Vulgare' betekent 'algemeen voorkomend'.


Volksnamen zijn reinvaren, wormkruid en wormzaad .

Het is een vaste plant. De plant heeft een kantige donkerbruin gekleurde stengel en kan 60-120 cm lang worden en bloeit met platte schermen, die uit tientallen individuele bloemhoofdjes bestaan. De buisbloempjes staan in schijnschermen zeer dicht opeen en geven het scherm de stevigheid als van een kussentje.


De hoofdbloei valt in de periode juni tot en met augustus en de nabloei kan tot aan de herfst aanhouden. De bladeren zijn afgebroken geveerd met naar de top van het blad veerdelig en de blaadjes veerspletig en bezet met klierharen. Deze klierharen zijn verantwoordelijk voor de wat onaangename kamferachtige geur, die bij aanraking verspreid wordt. Boerenwormkruid wordt tot de kompasplanten gerekend, omdat de bladeren in het volle zonlicht zich precies plat op het zuiden richten.

De plant komt veel voor op droge zandige grond en langs wegen.


Mieren houden niet van boerenwormkruid. Daarom werd het kruid vroeger wel bij keukendeuren geplant.

Index. Index.